Het infovenster
Het infovenster bevat gereedschappen voor het wijzigen van uw acties, projecten en tags.
Als er iets is geselecteerd in de opbouw of zijbalk, toont het infovenster automatisch velden die relevant zijn voor de selectie. Klik op de knop Inspecteer in de knoppenbalk
of kies voor Toon / Verberg infovenster in het menu Weergave om het weer te geven of te verbergen.


In dit hoofdstuk wordt het doel en de werking uitgelegd van de verschillende secties en de opties die ze bevatten voor het wijzigen van uw OmniFocus-onderdelen.
Elke sectie van het infovenster heeft een onthullingsdriehoek
naast zijn naam. Klik om de sectie samen of open te vouwen.
Titel
Elke item of elke tag die u toevoegt aan OmniFocus heeft een titel die u kunt bewerking met deze sectie van het infovenster.

Selecteer de titeltekst in het infovenster om deze te bewerken.
De meeste workflows gebruiken een onderdeeltitel om een uitvoerbare taak voor te stellen—ofwel een onafhankelijk actieonderdeel, een stap in een project, of het projectdoel zelf.
Titels voor tags stellen daarentegen personen, plaatsen, zaken of situaties die relevant zijn voor de lopende taken.
Type en status
Gebruik deze sectie van het infovenster om kenmerken in te stellen die specifiek zijn voor het type en de status van onderdelen die zijn geselecteerd in de opbouw.
De naam van deze sectie wijzigt afhankelijk van wat u selecteert.
Onderdeel van Postvak In
De sectie Postvak In-onderdeel verschijnt wanneer u een of meer Postvak In-onderdelen of onderdeelgroepen selecteert.

Deze sectie bevat de volgende kenmerken:
-
Status—Een schakelaar voor het instellen van de status van de selectie. Postvak In-onderdelen en groepen kunnen Actief, Voltooid of Afgelast zijn.
-
Vlag—Een vlag die leeg (zonder vlag), oranje gevuld (met vlag), half gevuld (gemengde selectie) of met een oranje omtreklijn (overgenomen vlag). Klik erop om de status Met vlag in te stellen op of te verwijderen van de selectie.
Wanneer een vlag is ingesteld op een Postvak In-onderdeel, verschijnt het in het perspectief Met vlag. Als een vlag is ingesteld op een onderdelengroep, nemen de onderdelen ervan die vlag over.
-
Type (alleen onderdelengroepen)—Een schakelaar om het type groep in te stellen. Onderdelengroepen kunnen Parallel of Sequentieel zijn.
-
Project—Een veld voor het instellen van het project van het onderdeel. Voor Postvak In-onderdelen en groepen is dit vel leeg. Door het toewijzen van een project aan een Postvak In-onderdeel, verlaat dit het Postvak In (dit is afhankelijke van uw Organisatievoorkeuren).
Wijs een project toe aan de selectie door de naam ervan in te voeren in het veld, of klik op de pijl omlaag voor een lijst. Om een nieuw project te maken voor de selectie, voert u dat in het veld in en kiest u voor Maak nieuwe projectnaam (of drukt u op Command-Return). Klik op Ga naar project
om het toegewezen project te openen in het perspectief Projecten. -
Voltooi met laatste actie (alleen onderdeelgroepen)—Een selectievakje dat bepaalt of de groepsstatus automatisch verandert naar Voltooid wanneer het laatste onderdeel is voltooid. (Indien dit niet is geselecteerd, moet de groepsstatus handmatig worden gewijzigd naar Voltooid.)
Actie
De sectie Actie verschijnt wanneer u een of meer acties of actiegroepen selecteert (over elk aantal projecten).

Deze sectie bevat de volgende kenmerken:
-
Status—Een schakelaar voor het instellen van de status van de selectie. Actie-onderdelen en groepen kunnen Actief, Voltooid of Afgelast zijn.
-
Vlag—Een vlag die leeg (zonder vlag), oranje gevuld (met vlag), half gevuld (gemengde selectie) of met een oranje omtreklijn (overgenomen vlag). Klik erop om de status Met vlag in te stellen op of te verwijderen van de selectie.
Wanneer een vlag is ingesteld op een actie, verschijnt het in het perspectief Met vlag. Als een vlag is ingesteld op een actiegroep, nemen de acties ervan die vlag over.
-
Type (alleen actiegroepen)—Een schakelaar om het type groep in te stellen. Actiegroepen kunnen Parallel of Sequentieel zijn.
-
Project—Een veld voor het instellen van het project van de actie.
Wijzig het project van de actie door het invoeren voor een andere projectnaam in het veld, of klik op de pijl omlaag voor een lijst. Om een nieuw project te maken voor de selectie, voert u dat in het veld in en kiest u voor Maak nieuwe projectnaam (of drukt u op Command-Return). Klik op Ga naar project
om het toegewezen project te openen in het perspectief Projecten. -
Voltooi met laatste actie (alleen actiegroepen)—Een selectievakje dat bepaalt of de groepsstatus automatisch verandert naar Voltooid wanneer het laatste onderdeel is voltooid. (Indien dit niet is geselecteerd, moet de groepsstatus handmatig worden gewijzigd naar Voltooid.)
Project
De sectie Project verschijnt wanneer u een of meer projecten.

Deze sectie bevat de volgende kenmerken:
-
Status—Een schakelaar voor het instellen van de status van de selectie. Projectstatus kan Actief, Uitgesteld, Voltooid of Afgelast.
Projecten hebben standaard de status Actief. Meer informatie over de betekenis van elke status en hoe dit de beschikbaarheid van onderdelen binnen het project beïnvloedt, vindt u onder Projectstatus.
-
Vlag—Een vlag die leeg (zonder vlag), oranje gevuld (met vlag), half gevuld (gemengde selectie) of met een oranje omtreklijn (overgenomen vlag). Klik erop om de status Met vlag in te stellen op of te verwijderen van de selectie.
Wanneer een project gemarkeerd is Met vlag, nemen de acties erbinnen de vlag over en verschijnen ze in het perspectief Met vlag.
-
Status—Een schakelaar voor het instellen van het type selectie. Projecten kunnen de status Sequentieel, Parallel of Afzonderlijke acties hebben.
Projecten hebben standaard het type Parallel (dit kan worden gewijzigd in Organisatievoorkeuren). Meer informatie over de betekenis van elk type en hoe dit de beschikbaarheid van onderdelen binnen het project beïnvloedt, vindt u onder Projecttype.
-
Voltooi met laatste actie—Een selectievakje dat bepaalt of de projectstatus automatisch verandert naar Voltooid wanneer het laatste actie is voltooid. (Indien dit niet is geselecteerd, moet de projectstatus handmatig worden gewijzigd naar Voltooid.)
Projecten van het type Afzonderlijke acties tonen dit kenmerk niet omdat ze geen laatste actie hebben en conventioneel niet worden beschouwd als voltooid.
Tag
De sectie Tag verschijnt wanneer u een of meer tags in een weergave die tags in de opbouw of de zijbalk toont.

Deze sectie bevat de volgende kenmerken:
-
Status—Een schakelaar voor het instellen van de status van de selectie. Tagstatus kan Actief, Uitgesteld of Afgelast.
Tags hebben standaard de status Actief. Meer informatie over de betekenis van elke status en hoe dit de beschikbaarheid van onderdelen waaraan de tag is toegewezen beïnvloedt, vindt u onder Tagstatus.
-
Toegevoegd—Toont de datum waarop de tag werd toegevoegd aan uw OmniFocus-database. Deze waarde wordt ingesteld wanneer de tag wordt gemaakt en kan niet worden gewijzigd.
-
Gewijzigd—Toont de datum waarop de tag de laatste keer werd gewijzigd. Deze waarde wordt automatisch bijgewerkt wanneer u de tag wijzigt en kan niet direct worden gewijzigd.
Status
De sectie Status verschijnt wanneer u meerdere onderdelen van verschillende types selecteert.

Deze sectie bevat de volgende kenmerken:
-
Status—Een schakelaar voor het instellen van de status van de selectie. De status van selecties van meerdere types kan wijzigen naar Actief, Voltooid, of Afgelast.
-
Vlag—Een vlag die leeg (zonder vlag), oranje gevuld (met vlag), half gevuld (gemengde selectie) of met een oranje omtreklijn (overgenomen vlag). Klik erop om de status Met vlag in te stellen op of te verwijderen van de selectie.
Tags
Gebruik de sectie Tags van het infovenster om tags toe te voegen aan onderdelen in de huidige selectie of herzie alle tags die ze al hebben. Wanneer er meerdere onderdelen zijn geselecteerd, bevat de lijst alle tags die eraan zijn toegewezen.

Tags staan voor koppelingen die taken voor u en de omgevende wereld hebben. Klik op het veld in het infovenster en begin te typen om een tag toe te voegen aan een onderdeel. Er zijn bestaande tags beschikbaar om automatisch in te vullen. Om een nieuwe tag te maken voor de selectie, voert u deze in het veld in en kiest u voor Maak nieuwe tagnaam (of drukt u op Command-Return).
Onderdelen kunnen zoveel tags hebben als u wilt. Wanneer tags zijn toegewezen aan een selectie, Control-klikt u op één om deze weer te geven in het perspectief Tags of om deze te verwijderen uit de selectie.
Datums
Gebruik de sectie Datums van het infovenster om met tijd verwante kenmerken in te stellen voor onderdelen die vereisten hebben voor wanneer ze moeten starten, eindigen of beide. Deze sectie toont ook tijdens die betrekking hebben op de aanmaak, wijziging en voltooiing van het onderdeel.

Geschatte duur
Gebruik het veld Geschatte duur voor de tijd (in minuten of uren) die volgens u nodig is om een taak te voltooien.
Geschatte duur is vooral nuttig wanneer u
aangepaste perspectieven instelt. Hier kunt u deze waarde gebruiken voor het maken van perspectieven voor taken die binnen een bepaalde tijd moeten worden voltooid.
Stel uit tot
Gebruik het veld Stel uit tot om de Uitgestelde datum van de selectie in te stellen of te wijzigen. Gebruik de knoppen +1 d., +1 w. en +1 m. onder het veld om een nieuwe uitgestelde datum aan de huidige tijd toe te voegen, plus de waarde van de knop, of verhoog de bestaande datum met de waarde van de knop.
Wanneer een uitgestelde datum is ingesteld op een onderdeel, wordt dit niet beschouwd als beschikbaar voor actie tot die datum is bereikt.
Als een uitgestelde datum is ingesteld op een project of groep, nemen de onderdelen ervan die datum over. (Een uitgestelde datum die direct is ingesteld op het onderdeel, krijgt de voorkeur op de overgenomen datum als die later valt.)
Vervalt
Gebruik het veld Vervalt om de vervaldatum van de selectie in te stellen of te wijzigen. Gebruik de knoppen +1 d., +1 w. en +1 m. onder het veld om een nieuwe vervaldatum aan de huidige tijd toe te voegen, plus de waarde van de knop, of verhoog de bestaande datum met de waarde van de knop.
Wanneer een vervaldatum is ingesteld op een onderdeel, wordt dat beschouwd als vervallen op die datum (en vervalt spoedig op basis van de voorkeuren Datums en tijden).
Als een vervaldatum is ingesteld op een project of groep, nemen de onderdelen ervan die datum over. (Een vervaldatum die direct is ingesteld op het onderdeel, krijgt de voorkeur op de overgenomen datum als die vroeger valt.)
Voltooid
Gebruik het veld Voltooid om de voltooiingsdatum van de selectie in te stellen of te wijzigen. Als de selectie een andere status heeft dan Voltooid en u hier een datum invoert (zelfs een datum in de toekomst), verandert zijn status naar Voltooid.
Afgelast
Gebruik het veld Afgelast om de datum voor het afgelasten van de selectie in te stellen of te wijzigen. Als de selectie een andere status heeft dan Afgelast en u hier een datum invoert (zelfs een datum in de toekomst), verandert zijn status naar Afgelast.
Toegevoegd en gewijzigd
De datum waarop de selectie werd toegevoegd aan OmniFocus en de datum waarop deze voor het laatst werd bewerkt. Deze waarden zijn afgelast van uw bewerkingsgeschiedenis en kunnen niet direct worden gewijzigd.
Ondersteunde datumnotaties
U kunt creatief te werk gaan bij het invoeren van datums; OmniFocus is er goed in om te raden wat u bedoelt. Bijvoorbeeld:
-
2d, –3w, 1u, 1j1m, enz. — relatieve datums en tijden die beginnen vanaf nu. Negatieve waarden geven tijden in het verleden aan.
-
2 dagen, -3 weken, 1 uur, 1 jaar en 1 maand, enz.: u kunt ook de volledige namen van de eenheden gebruiken.
-
gisteren, morgen, vanavond, volgende week donderdag, vorige maand, aanstaande vrijdag enz.: u kunt relatieve datums gebruiken met gewone woorden. “Deze ”, “volgende” en “laatste” hebben een specifieke betekenis: aanstaande vrijdag betekent altijd de eerstkomende vrijdag, volgende week vrijdag betekent altijd de vrijdag van de volgende week en afgelopen vrijdag betekent altijd de vrijdag van de vorige week, ongeacht welke dag het vandaag is. Andere eenheden werken op dezelfde manier.
-
september, vr, 2019, enz.: wanneer u een naam van een specifieke tijdsperiode invoert, komt de datum altijd overeen met de eerste dag van deze tijdsperiode. September betekent dus 1 september.
-
5/23/08 10a, 9.30.09 14:00 uur, * enz.: u kunt de korte datumnotatie gebruiken die is gedefinieerd in uw systeemvoorkeuren Taal/regio.
-
2w zat, 4d @ 5p, ma 6a, aug 6 di 5p, enz.: u kunt de beschikbare notaties op elke gewenste manier combineren.
-
nu, 9, 14:00, morgen, enz.: OmniFocus probeert zo goed mogelijk te raden wat losstaande getallen, tijden en woordfragmenten betekenen. Als u denkt dat iets zou kunnen werken, probeert u het gewoon eens uit.
Herhaal
Gebruik de sectie Herhaal van het infovenster voor het instellen van taken die regelmatig kunnen optreden.

Schakel het selectievakje Herhaal elke om aan te geven dat een onderdeel wordt herhaald. Onderdelen kunnen worden ingesteld om te herhalen op basis van verschillende criteria die progressief worden onthuld terwijl u wijzigingen aanbrengt in de herhaal-editor.
Herhaalinterval
Kies een aantal minuten, uren, dagen, weken of maanden die verstrijken voor elke herhaalcyclus. Wanneer weken of maanden worden gekozen, worden extra aangepaste opties beschikbaar.
Dagen van de week
Met een interval van weken, wordt de optie beschikbaar om elke weekdag die hier wordt gekozen, te herhalen (bijvoorbeeld maandag, woensdag en vrijdag). Met een interval van maanden, wordt de optie beschikbaar om elke eerste tot vijfde (of laatste) weekdag van de maand te herhalen.
Dagen in maand
Met een interval van maanden wordt de optie beschikbaar om te herhalen op de gekozen kalenderdatums van de maand (of de laatste dag van de maand).
Plan de volgende
Als het onderdeel een uitsteldatum heeft, kiest u of de voltooiing van het onderdeel het volgende voorval zal plannen als:
- Vervaldatum—Het onderdeel moet worden voltooid tegen die datum. of;
- Stel uit tot datum—Het onderdeel wordt opnieuw beschikbaar op die datum.
Herhaal van dit item’s
Kies of de voltooiing van het onderdeel het volgende voorval zal plannen vanaf:
- Voltooiing—Het herhaalinterval begint wanneer het onderdeel is voltooid. of;
- Toegewezen datums—Het herhaalinterval begint op de oorspronkelijk toegewezen datum.
Meldingen
Gebruik het infovenster Meldingen om alle meldingen weer te geven die voor een geselecteerd onderdeel zijn ingesteld, om nieuwe aangepaste meldingen toe te voegen en om ongewenste meldingen te verwijderen.
OmniFocus gebruikt technologie die is geïntroduceerd in macOS Mojave om zijn meldingssysteem te bekrachtigen, zodat u altijd waarschuwingen krijgt op uw Mac, zelfs als de app gesloten is. Hierdoor zal de meldingsfunctie niet verschijnen in OmniFocus wanneer u besturingssystemen gebruikt die ouder zijn dan macOS Mojave (10.14).

Het infovenster bevat een lijst van meldingen die momenteel zijn ingesteld voor het onderdeel, gevolg door een bedieningselement voor het toevoegen van nieuwe aangepaste meldingen.
Alle meldingen, inclusief deze die automatisch werden gemaakt op basis van uw voorkeuren, kunnen worden verwijderd van een onderdeel door naast de meldingen op hun respectieve rijen, te klikken op
.
Als u meldingen hebt ingesteld die niet verschijnen wanneer u dat verwacht, moet u controleren of Meld op deze Mac is ingeschakeld in Meldingsvoorkeuren.
Op voorkeuren gebaseerde meldingen
Afhankelijk van uw meldingsvoorkeuren en de kenmerken die u hebt ingesteld op een onderdeel, worden automatisch drie meldingen gemaakt.
-
Uitgesteld—Als een uitgestelde datum is ingesteld en Uitgesteld is geselecteerd in de voorkeuren, wordt automatisch een melding voor de uitgestelde datum toegevoegd.
-
Laatste start—Als een vervaldatum en een geschatte duur zijn opgegeven voor het onderdeel en als Laatste start is geselecteerd in de voorkeuren, wordt een melding gemaakt voor het laatst mogelijke tijdstip waarop de taak kan starten om te worden voltooid tegen de vervaldatum.
-
Vervalt—Als een uitgestelde datum is ingesteld en Vervalt is geselecteerd in de voorkeuren, wordt automatisch een melding voor de vervaldatum toegevoegd.
Aangepaste meldingen
Gebruik het vervolgkeuzemenu Voeg melding toe om een nieuwe melding van een van de volgende types te maken:
-
Voor vervaldatum—Voegt een melding toe die verschijnt op een bepaalde duur voordat het onderdeel vervalt. Een melding van dit type is afhankelijk van de vervaldatum van het onderdeel. Als de vervaldatum dus wordt gewijzigd of verwijderd, wordt ook het tijdstip van de melding op dezelfde manier gewijzigd.
-
Aangepast—Voegt een melding toe aan een aangepaste datum en tijd die u kiest in de agenda die bij deze optie komt. Dit is een vaste melding die niet afhankelijk is van andere factoren. Daarom zullen de datum en tijd niet wijzigen, zelfs als u de andere datums van het onderdeel wijzigt.
Herziening
Gebruik de sectie Herziening van het infovenster om de frequentie waarmee het project verschijnt voor herziening, te wijzigen, en om de datum van de volgende geplande herziening van een project te wijzigen.

Volgende herziening
Gebruik dit veld om de datum van de volgende geplande herziening in te stellen.
Frequentie herziening
Stel in na welk interval het project verschijnt voor herziening, uitgedrukt in dagen, weken, maanden of jaren. (De standaard is elke week, en begint een week na de creatie van het project.)
Laatste herziening
De datum waarop het project voor het laatst is herzien. Dit is afgeleid van uw bewerkingsgeschiedenis en kan niet direct worden gewijzigd.
Notities en bijlagen
Gebruik de sectie Notitie van het infovenster om eventuele notities of bijlagen die gekoppeld zijn aan de selectie, toe te voegen, weer te geven en te wijzigen.

Om een notitie toe te voegen aan een onderdeel, klikt u op
in de opbouw dicht bij de titel van het onderdeel, bewerkt u het notitieveld in het infovenster of kiest u voor Wijzig > Wijzig notitie (Command-’).
De tekst van de notitie wordt geïndexeerd samen met de onderdeeltitels voor zoekdoeleinden binnen OmniFocus. Het toevoegen van langere vormtekst is een fantastische manier om zoekbare informatie op te nemen die verwant is met een onderdeel, zonder zijn titelveld vol te proppen.
Naast platte tekst, ondersteunen notities ook tekst met opmaak, met inbegrip van aangepaste lettertypen, kleuren en stijlen. Notities ondersteunen ook hyperlinks. Voer een URL in het notitievel in en dit wordt automatisch een interactieve koppeling.
Het veld Notities toont alle bestandsbijlagen die gekoppeld zijn aan het momenteel geselecteerde onderdeel.
Bestanden toevoegen in bijlage
Kies Wijzig > Voeg bestand bij terwijl een actie of project is geselecteerd. Dit opent een dialoogvenster voor het selecteren van bestanden. Via dit venster kunt u het bestand dat u als bijlage wilt toevoegen, zoeken. U kunt kiezen of u het bestand aan uw systeem wilt koppelen of als u het in uw database wilt inbedden (de optie Bed in is standaard geselecteerd).
Wanneer u echter een bijlage integreert en OmniFocus synchroniseert, wordt dat bestand gekopieerd naar uw OmniFocus-database en wordt het opgeslagen op de synchronisatieserver zodat het gemakkelijk omlaag kan worden getrokken waar u het ook nodig hebt.
Als u dit bestand op uw andere apparaten opent, is dit de optie voor u. Als u het bestand wilt bijvoegen als een koppeling, blijft het lokaal op uw systeem en wordt het niet opgenomen met de rest van uw OmniFocus-gegevens.
Door verschillen in de ondersteuning van bestandsindelingen op iOS, kunnen niet alle bijlagen die in OmniFocus voor Mac zijn toegevoegd, worden geopend in OmniFocus voor iOS.
De bijlagenlijst
De bijlagenlijst (Venster > Bijlagenlijst) biedt u snel toegang tot alle bestanden die bij uw database zijn gevoegd. Dit kan handig zijn voor het terugvinden van kleine stukken referentiemateriaal die u hebt toegevoegd aan uw acties en projecten.

De Bijlagenlijst toont een lijst van al uw bijlagen, samen met een miniatuurafbeelding, de bestandsgrootte en de datum waarop ze werden toegevoegd. Klik op een van de kolomkopteksten om de lijst te sorteren op dat kenmerk (in oplopende of aflopende volgorde). Klik op de onthullingsdriehoek links van een rij bijlagen om de gekoppelde databaseonderdelen te onthullen, of dubbelklik op de bijlage om daar direct naartoe te gaan.
De Bijlagenlijst kan ook worden gebruikt voor het opruimen van oude bijlagen. Hierdoor wordt de database verkleind zodat deze minder ruimte inneemt op uw apparaten (vooral nuttig bij het synchroniseren).
Om een bijlage die u niet langer nodig hebt te verwijderen, selecteert u deze in de lijst en klikt u in de linkerbenedenhoek van het venster op de knop Verwijderen. Het dialoogvenster Verwijderen geeft aan hoeveel bijlagen zijn geselecteerd voor verwijdering en met hoeveel individuele databaseonderdelen die bijlagen zijn gekoppeld.
Selecteer meerdere bijlagen tegelijk met Command-klik. Gebruik Shift-klik om een bereik te selecteren of Selecteer alles (Command-A) om alle bijlagen in de lijst te selecteren.
Als u bijlagen wilt ophalen van uw database (misschien voorafgaand aan een grote verwijdering), selecteert u ze in de lijst en klikt u op Exporteer. Een exportpaneel verschijnt waar in u een locatie kunt kiezen op uw Mac om de bijlagen op te slaan. Navigeer naar de map die u wilt gebruiken als exportbestemming en klik opnieuw op Exporteer om kopieën van de bestanden op te slaan op uw station.